Hoe krijgt mijn baas me mee?

Aan de slag met het identiteitsbewijs
Na het opstellen van een identiteitsbewijs krijgen we weleens deze opmerking van de koplopersgroep: “Schitterend. Liever vandaag dan morgen! Maar… hoe krijgen we onze collega’s hierin mee?” Deze vraag is heel wezenlijk: een gekozen identiteit zonder draagvlak, is een valse belofte. Daarom deze toelichting. En voor de verandering eens niet geschreven vanuit het perspectief van je baas, maar vanuit jouw perspectief: de hardwerkende medewerker. Met het hart op de goede plaats, bereid om te veranderen, maar dan het weten waarom en hoe. Vijf voorwaarden om succesvol met het identiteitsbewijs aan de slag te gaan.

1. Het identiteitsbewijs: ook jouw drijfveren!
Bij de totstandkoming van een identiteitsbewijs zijn we met De Betekenisfabriek op zoek naar gemeenschappelijke drijfveren. Van medewerkers, klanten en andere doelgroepen. Die brengen we in kaart in gesprekken, met vragenlijsten en op andere manieren. Daarbij is het ons doel om input te ontvangen van iedereen die met jouw organisatie te maken heeft. Het identiteitsbewijs is daar de ultieme samenvatting van: wat bindt ons en wat onderscheidt ons? Ook jouw drijfveren zijn dus meegenomen in de totstandkoming van het identiteitsbewijs. Evenals die van je baas. Het is dus jullie gemeenschappelijke identiteit. We maken dan ook vaak mee dat medewerkers niet overtuigd te hoeven worden van een identiteitsbewijs. Het IS al van hen.

2. Wat je drijft … en waar je voor KIEST
Het klinkt misschien raar … maar dit zijn twee verschillende dingen. Stel: je werkt in het onderwijs. De drijfveren van jou en je collega’s liggen bij het opleiden van kansarme jongeren. En dat vanuit de fundamentele overtuiging dat ieder mens zichzelf kan ontwikkelen en recht heeft op een toekomst. Fantastisch natuurlijk! Maar ben je vervolgens ook bereid elke dag van de week kansarme jongeren in je klas te hebben, met alle consequenties van dien? Je werk zal er misschien niet makkelijker op worden. Het benoemen van je identiteit vergt daarom ook dat je een keuze durft te maken voor die identiteit. En die keuze is fundamenteel voor de stappen die gaan volgen.

3. Samen de doorvertaling maken
Het zijn jouw drijfveren. Je kiest voor de identiteit. Is het daarmee klaar? Nee. Nu breekt het stadium aan van het in kaart brengen van de veranderingen die een identiteitsbewijs met zich mee brengt. Neem weer de school uit het voorbeeld: wat betekent onze identiteit voor ons onderwijsconcept? Onze werving? Het profiel en gedrag van onze medewerkers? Voor de doorvertaling van een identiteit is het ‘Vliegwiel van Identiteit®’ ontwikkeld; Samen de consequenties in kaart brengen zorgt ervoor dat je zelf hebt kunnen meedenken over de betekenis van je identiteit in de (werk)praktijk. Dit is veel sterker dan dat je baas het voor je uitdenkt en jou en je collega’s vervolgens moet gaan overtuigen. Bij kleinere organisaties kunnen we alle medewerkers hier een actieve rol in geven. Bij grotere organisaties gebruiken we vaak een ‘Toekomstscan’ om aan de hand van een vragenlijst de toekomst en de daarbij behorende consequenties concreet in kaart te brengen.

4. Veranderen doe je op je eigen manier
De sleutel voor een succesvolle verandering verschilt tussen mensen. De een moet de nieuwe situatie even kunnen uitproberen, een ander moet de noodzaak tot verandering scherp voor ogen hebben. Een weer iemand anders wil weten wat de verandering gaat opleveren. Allemaal logische manieren om daadwerkelijk te komen tot een verandering. Maar mensen verschillen. Daarom brengen we in kaart wie op welke manier verandert. Zodat je aan de slag kunt op de manier die bij jou past.

5. Weet waar je staat
Hoeveel kansrijker zijn de leerlingen uit het voorbeeld geworden? Hoeveel kansarme leerlingen hebben daadwerkelijk voor de school gekozen? Je kunt meetbaar maken of je in je identiteit slaagt. En daarmee ook wat je beoogt te bereiken met je verandering. Het hebben van een set scherpe sturingsvariabelen zet de organisatie op scherp. Hieraan moeten onze interventies gaan bijdragen.

Tot slot nog even dit: twee mythes waarmee we vaak te maken hebben. We noemen ze even:

Mythe 1: heb ik het al die tijd dan verkeerd gedaan?
Nee. Maar een scherpe identiteit verandert wel degelijk de manier waarop je naar je werk kijkt. Vergelijk het met een verhuizing: als je gaat verhuizen doe je dat waarschijnlijk niet omdat je je ineens realiseert dat je al die tijd in het verkeerde huis hebt gewoond. Je leven verandert, je voorkeuren veranderen en daarmee ook het huis dat het beste bij je past. Zo is het met identiteit ook. De identiteit geeft een nieuw perspectief op jouw manier van werken. Het gevolg is dat je je werk gaat zien in dat perspectief. Daarom verander je.

Mythe 2: veranderen moet makkelijk zijn
Ja. Dat wil zeggen: veranderen is moeilijk, maar wordt steeds makkelijker. Op korte termijn moet je nadenken over wat er voor jou verandert. En daarnaast doe je ook nog gewoon je dagelijks werk. Dat combineren kan best ingewikkeld zijn. En niet per definitie leuk. Maar troost je met de gedachte dat organisaties die vanuit een scherpe identiteit zijn opgebouwd na verloop van tijd een hogere tevredenheid en een lager verzuim hebben dan de gemiddelde organisatie. En dat is ook niet zo gek. Want medewerkers kunnen zich dagelijks richten op wat hen drijft. Dat wil jij toch ook?!

Wouter Disberg, augustus 2017
www.debetekenisfabriek.nl

Laat een reactie achter

Copyright de Betekenisfabriek 2013 | Spinnerij Oosterveld, Enschede | 06 - 16 41 11 26