Blog Kaj Morel | Wanvertrouwen

Betekenisfabriek-0061

Eerder deze week twitterde ik over enkele passages uit het boek ‘Boeiuh! Het stille protest van de jeugd’ van filosoof Rob Wijnberg. In dit boek uit 2007 betoogt de destijds 25-jarige Wijnberg dat de ogenschijnlijke onverschilligheid en apathie van jongeren -waarover vooral de niet-jongeren hun mond vol en hun oordeel klaar hebben- feitelijk signalen van hoge in plaats van lage betrokkenheid zijn. Er is sprake van een “paradox die leeft onder bijna de gehele jeugd: zij toont haar betrokkenheid met de wereld door zich meer en meer ervan te distantiëren (…) Toont die passieve levenshouding juist niet een enorme betrokkenheid met de wereld om ons heen? Soms zegt een demonstratie veel meer als je niet protesteert”.

Anoniem bestaan

Ik wil je graag meenemen in het verhaal uit het boek dat bij mij het meest is blijven hangen. Het is het verhaal over individualisme, anonimiteit en vertrouwen. Het gaat als volgt. In de samenleving van vandaag zijn we allemaal met zijn allen ontzettend druk methelemaal onszelf zijn. Vaak spreken we over de toenemende individualisering van de samenleving, maar het gekke is dat we dit allemaal doen. Het is daarom eigenlijkcollectief individualisme. Maar ondanks dit collectieve element, is ons bestaan anoniemer geworden. We kennen elkaar steeds minder goed en een deel van onze relaties is grotendeels of volledig digitaal geworden.

Verkleed wantrouwen

De volgende episode van het verhaal gaat over de relatie tussen anonimiteit en vertrouwen. Doordat we elkaar minder goed kennen, vertrouwen we elkaar minder. Vertrouwen is compleet van karakter veranderd: het is niet langer iets dat op zichzelf staat, maar het is synoniem geworden aan de afwezigheid van wantrouwen. Iemand vertrouwen betekent dat je iemand niet wantrouwt. Vertrouwen heb je niet, maar moet je verdienen. Bewijs eerst maar dat je mijn vertrouwen waard bent. Eerst zien, dan geloven is het devies. Wijnberg noemt dit “het als vertrouwen verklede wantrouwen”. Terwijl vertrouwen juist gebaseerd is op het omgekeerde devies: eerst geloven, dan zien: “Vertrouwen is naar zijn aard een emotie die stoelt op onzekerheid en niet op vaststaande feiten. Vertrouwen is een geloofstoestand. En geloven in feiten is geen geloven. Vertrouwen veronderstelt een onzekerheid die in onze postmoderne tijd ongewenst is. Men verlangt naar bewezen trouw”.

Elkaar vertrouwen kan niet uit

Doordat we afstand hebben genomen van het wezenlijke karakter van vertrouwen als geloofstoestand, gebruiken we het begrip vertrouwen vaak in onjuiste zin. Een treffend voorbeeld hiervan is het consumentenvertrouwen. Dit is een typisch voorbeeld van vertrouwen achteraf, namelijk de uitkomst van een rekenkundige formule gebaseerd opfeitelijke economische omstandigheden, zoveel mogelijk ontdaan van onzekerheden. Op het moment dat vertrouwen gereduceerd wordt tot iets dat je kunt berekenen, heeft het met werkelijk vertrouwen niets te maken. Dan is vertrouwen een verhandelbaar goed geworden, dat beoordeeld wordt op de mate waarin het iets oplevert. Het is de uitkomst van een rekensom. Elkaar blind vertrouwen kan simpelweg niet uit: “Hangt er geen camera,dan wordt er meer gestolen. Kan men achteraf betalen, dan loopt men zonder te betalen weg. Wantrouwen is kostenbesparend, dus winstverhogend en voldoet zo aan het hoofddoel van het kapitalisme: winst maken”. Het is een wrange conclusie: vertrouwen is verloren gegaan onder druk van onze doorgeslagen economiseringdrang.

Vertrouwen in Identiteitsmarketing

De analyse van vertrouwen door Rob Wijnberg spreekt mij om twee redenen bijzonder aan. In de eerste plaats vind ik deze analyse herkenbaar. In de tweede plaats is het begrip vertrouwen in de oorspronkelijke zin van het woord (als een geloofstoestand) kenmerkend voor identiteitsmarketing. Bij het toetsen van je bestaansrecht als organisatie, bij het herijken van je identiteit, en bij het verkennen van de reikwijdte van je potentiële betekenis, is onzekerheid volop en voelbaar aanwezig. Je kunt je (nieuwe) identiteit niet bewijzen, je kunt je betekenis niet volledig met feiten staven. Het begint altijd met de overtuiging diep van binnen dat dit hetgeen is waar het om gaat, hetgeen dat je wilt doen of zelfs moet doen. Gewoon, omdat het zo is. Het is weten dat het goed is, maar dan intuïtief weten, slim onbewust weten. Geloven en dan zien. Je identiteit is het startpunt van alles wat je doet, niet de uitkomst. Jouw zelfgekozen identiteit vormt de werkelijkheid van morgen, en niet andersom.

Reken af met wanvertrouwen

Ik ervaar vrijwel dagelijks persoonlijk en via anderen de werkelijke betekenis van vertrouwen. Vertrouwen in hetgeen anderen kunnen en willen betekenen en vertrouwen in de bijdrage die ik daaraan kan leveren. Vrijwel zonder uitzondering leidt vertrouwen tot positieve energie, diepe relaties en krachtige, rendabele organisaties. Vertrouwen haalt het beste in mensen naar boven. Het tegengestelde is ook waar. Gebrek aan vertrouwen, of in Wijnbergs woorden als vertrouwen verkleed wantrouwen, levert in mijn ervaring nimmer iets goeds op voor organisaties. Wees daarom op je hoede. Koester vertrouwen en reken af met wanvertrouwen: de uitgeholde versie van vertrouwen, het verhandelbare goed dat je moet verdienen en dat wat moet opleveren. Je zult onherroepelijk tot de conclusie komen dat het je niets oplevert. En zeg nou zelf: als je het toch zover laat komen, dan verdien je het misschien ook.

Laat een reactie achter

Copyright de Betekenisfabriek 2013 | Spinnerij Oosterveld, Enschede | 06 - 16 41 11 26