DISCUSSIE of DIALOOG? – de kunst van het vragenstellen, deel 2

Over deze serie blogs
Eén van de opmerkingen die wij vaak krijgen van onze opdrachtgevers is: “Wat kunnen jullie mooie vragen stellen.” En dat vinden we een groot compliment. Want de kracht van de vraag bepaalt de scherpte van het antwoord.  En daarmee de scherpte van je identiteit. Een goede vraag kan zelfs zo ver gaan dat zelfs je respondent leert van zijn of haar eigen antwoord.
We willen graag onze ervaringen met vragenstellen met je delen. Daarom deze serie korte blogs.

 

We discussiëren graag

Op verjaardagen hoor ik veel discussie in de onderlinge gesprekken: mensen delen opvattingen met elkaar en verdedigen hun gelijk. Favoriete onderwerpen zijn de politiek, het verkeer en wat je wel en niet moet eten. Vooral wanneer meer dan twee mensen met elkaar spreken, mondt een gesprek al gauw uit in een discussie.

Voor het blootleggen van een identiteit is discussie vaak ongewenst. Het gesprek leidt niet tot de wil om elkaar te begrijpen, maar tot de frustratie om niet begrepen te worden. Dat is vervelend: je respondenten verharden zich in hun stelling en onderlinge verschillen worden uitvergroot en het winnen staat voorop. Dat staat haaks op je doel om gemeenschappelijke drijfveren in beeld te brengen.

Van discussie naar dialoog

Als gespreksleider van groepsgesprekken moet je je respondenten in de verleiding brengen om hun discussie te staken en op zoek te gaan naar gemeenschappelijke onderlinge factoren. Dat doe je door zelf het goede voorbeeld te geven: je brengt vragen in, terwijl je respondenten misschien liever een stelling hadden neergelegd. Bij een gesprek waarbij er een continue verdieping is door elkaar vragen te stellen, raak je in dialoog.

Dialoog levert niet alleen de beste antwoorden voor je identiteitsbewijs op, maar ook de beste beleving bij je respondenten. Ik heb het voorrecht gehad om mensen met een verstandelijke beperking te mogen interviewen over de identiteit van hun zorgaanbieder. Zowel voor mij als hen was dit een levensveranderende ervaring die ik niet had willen missen.

Hieronder een gesprek zoals dat zich zou kunnen voordoen tijdens een Identity Assessment. Net als in de vorige blog, neem ik een onderwijsorganisatie als uitgangspunt:

A: “Leerlingen zijn grondstof. Zij voeden de toekomstige economie. Het is aan ons om van grondstoffen halffabricaten te maken.”

B: “Zo! Kijk jij ook zo naar je eigen kinderen!? … GRONDSTOF … Ik zie leerlingen als nieuwsgierige jonge mensen die iets van hun leven willen maken en graag willen ontdekken wat ze uniek maakt.”

Als je nu als gespreksleider je respondenten hun gang laat gaan, is de kans op discussie levensgroot. De verleiding voor A is erg groot om op B te reageren, maar B heeft al besloten dat hij/zij het oneens is met deze stelling. Nu kom jij als gespreksleider tevoorschijn. De kunst is om je respondenten bij elkaar gemeenschappelijke onderliggende drijfveren te laten ontdekken. Het slechtste wat je kunt doen is zoeken naar harmonie door nietszeggende conclusies te trekken. Je wilt verdieping. Door vragen te stellen.

V: “Zeg A, kun je me vertellen wanneer het halffabricaat klaar is wat jou betreft?”

A: “Ja, als ze beseffen wat hun potentie is en een keuze hebben gemaakt over hun latere leven. Als DIE scherpte er is, dan wordt leren logisch en leuk. Dat is de grootste bijdrage die wij kunnen leveren.”

Tegen de tijd dat A klaar is met zijn antwoord, zal B niet meer de moeite nemen om terug te komen op de term ‘grondstof’. De onderliggende drijfveren blijken gemeenschappelijk te zijn. Je kunt doorgaan met verdiepen.

Het scheppen van een dialoog draagt eraan bij dat je diepere drijfveren van je respondent ontdekt, die zij of hij zelf misschien nog niet eens kende. De antwoorden van deze vraag hangen samen met de ideologie, maar ook met de kernwaarden en de ambities in je identiteitsbewijs*.

*Wil je meer weten over het identiteitsbewijs?

check http://debetekenisfabriek.nl/productkaart/stap2/

P.S. Heb jij ook vragen? Bijvoorbeeld naar aanleiding van deze blog? Stel ze gerust. Laat ze hier achter of mail naar paul@debetekenisfabriek.nl

WAAROM of WAARTOE? – de kunst van het vragenstellen, deel 1

Over deze serie blogs
Eén van de opmerkingen die wij vaak krijgen van onze opdrachtgevers is: “Wat kunnen jullie mooie vragen stellen.” En dat vinden we een groot compliment. Want de kracht van de vraag bepaalt de scherpte van het antwoord.  En daarmee de scherpte van je identiteit. Een goede vraag kan zelfs zo ver gaan dat zelfs de beantwoorder leert van zijn of haar eigen antwoord.
We willen graag onze ervaringen met vragenstellen met je delen. Daarom deze serie korte blogs.

 

Start with why?

“Start with Why” is een veel gehoorde uitspraak bij mensen die aan de slag gaan met organisatie-identiteit. En inderdaad: de WAAROM-vraag is krachtig. Ze spreekt je aan op je drijfveren, op je ideologie, de manier waarop je kijkt naar mensen voor wie je werkt. Maar “Why” suggereert meer dan alleen je inwendige drijfveren, je mensbeeld en je ideologie. “Why” suggereert ook de vraag: “Waartoe?”. Welk effect beoog je met jouw werk of jouw organisatie te bewerkstelligen?

Hieronder een gesprek zoals we dat tijdens een Identity Assessment voeren met medewerkers van organisaties. We nemen hier een onderwijsorganisatie als voorbeeld. Het gesprek is natuurlijk fictief.

WAAROM werk je in het onderwijs?

a: “Ik weet al heel lang dat ik met jonge mensen wil werken. Opgroeiende jongeren zitten zo vol potentieel. De wereld ligt aan hun voeten. Ik vind het inspirerend en een voorrecht om daar dagelijks mee bezig te zijn.”

WAARTOE geef je onderwijs? Dus waar draagt het onderwijs van jullie school aan BIJ?

a: “Bedoel je welk verschil wij maken in het leven van jongeren?”

v: “Dat zou kunnen, maar wellicht maken jullie ook een verschil in het leven van ouders, werkgevers, of de samenleving als geheel…?”

a: “Ok…ik snap wat je bedoelt. Even denken…ik denk dat wij met ons onderwijs bijdragen aan zelfstandige mensen die met kracht in het leven staan…tja…maar dat belooft natuurlijk iedere school. NEE! Ik WEET het: onze school is er bij uitstek op uit om jongeren KANSEN te laten zien voor zichzelf en voor anderen. Ze nemen invloed als ze zien dat iets beter kan. Dat merken we bijvoorbeeld in de manier waarop onze leerlingen komen met ideeën om onze lessen beter te maken…”

Je ziet hier duidelijk het effect van beide vragen:

De WAAROM-vraag draagt eraan bij dat je het mensbeeld van je respondent blootlegt: hoe kijkt zij of hij naar leerlingen? Kansarme stakkers of bronnen van potentieel? De antwoorden op deze vraag zijn bruikbaar voor de ideologie van je identiteitsbewijs*.

De WAARTOE-vraag draagt eraan bij dat je weet welk verschil je respondent wil maken in het leven van anderen. De antwoorden van deze vraag hangen samen met je visie en de missie van je identiteitsbewijs*.

*Wil je meer weten over het identiteitsbewijs?

check http://debetekenisfabriek.nl/productkaart/stap2/
of lees het boek: https://www.managementboek.nl/boek/9789055947652/identiteitsmarketing-kaj-morel

 

P.S. Heb jij ook vragen? Bijvoorbeeld naar aanleiding van deze blog? Stel ze gerust. Laat ze hier achter of mail naar paul@debetekenisfabriek.nl

De C van Seculier

[bekijk hier deze blog in pdf-formaat]

Stel je voor: je komt op een open dag van een Montessorischool. De deur staat open en ouders lopen naar binnen. Vaak met hun kinderen. De aula zit vol. Je pakt een kop koffie en zoekt een plaatsje in de zaal. Op het podium staat een tafel met daarachter een scherm met het logo van de school. Grote letters: ‘Montessorischool’. Een vriendelijke dame neemt het woord:

“Goedenavond … beste ouders, beste kinderen. Welkom op onze school! Onze school is een Montessorischool. Dat wil zeggen dat wij kinderen en ouders uitdagen om na te denken over wat voor hèn Montessori-onderwijs is. In onze lessen hebben we soms aandacht voor Montessori-onderwijs. Maar ook voor Daltononderwijs, Jenaplanonderwijs en alle andere onderwijsvisies die de wereld rijk is. Zodat uw kind wat meekrijgt van de wereld en oog krijgt voor diversiteit. Dat vinden we belangrijk.

We hebben samen met onze medewerkers gekeken naar wat ons bindt als school. Ik lees u een stukje voor uit ons identiteitsdocument:

Onze school heeft een lange traditie van Montessori-onderwijs. Maar we willen een welkom bieden aan alle mensen, ook zonder Montessori-achtergrond. Wel moet iedere nieuwe medewerker verklaren geen bezwaar te hebben tegen collega’s die staan voor Montessori-onderwijs ….”

Zeg eens eerlijk: zou jij kiezen voor deze school?
Dit verhaal is natuurlijk fictief. Niemand presenteert zijn school op een dergelijke manier, toch? Als je een Montessorischool bent dan sta je ook voor Montessori-onderwijs. Je kindvisie, je methodologie, je toetsing, alles grijpt terug op een gemeenschappelijk kader: zo pakken wij het hier aan.

In de praktijk van de Betekenisfabriek mogen we vaak ervaren dat scholen die kiezen voor een scherpe identiteit zich ontwikkelen tot sterke merken. Scholen die zelfbewust zijn en weten welke waarde ze hebben in de levens van leerlingen, ouders en voor hun omgeving. Scholen die medewerkers weten te binden rond een inspirerende identiteit en staan voor de consequenties. Dat vinden we schitterend. We hebben een voorliefde voor het omzetten van drijfveren van medewerkers naar een sterke identiteit die leidt tot een sterk merk.

Niet kiezen is verliezen
Een identiteit benoemen betekent dat je keuzes moet maken. En die keuzes kunnen betekenen dat niet iedereen zich kan vinden in de gekozen lijn. Een mooi voorbeeld om de kracht van keuzes te illustreren is een mythe uit de retail:

Op een beurs voor verlichting stonden de chef inkoop van V&D, HEMA en de Bijenkorf de nieuwste lampen en armaturen te bewonderen. De chef inkoop van de HEMA koos voor het eenvoudige simpele ontwerp. De collega van de Bijenkorf koos voor het elegante luxe ontwerp. En de chef inkoop van V&D zei: “Doe mij de rest maar.”

We weten allemaal wat er met V&D is gebeurd. Sterke merken maken scherpe keuzes. En scherpe keuzes maken schept een duidelijke verwachting bij je klant. Daarmee moedig je klanten aan om een fundamentele keuze te maken.

Hoe scherp kiest het christelijk onderwijs?
In het christelijk onderwijs gelden dezelfde principes: keuzes maken vanuit je diepste drijfveren resulteert in een sterk merk. Verschillende scholen hebben dit goed begrepen en laten een levende christelijke identiteit terugkomen in hun merk. Met positieve gevolgen: een flink aantal evangelische en gereformeerde scholen groeit, ondanks de secularisatie en/of demografische krimp.

Dagopening en vieringen
Een stuk moeilijker ligt het bij scholen die weliswaar in de christelijke traditie staan, maar hun identeit de afgelopen jaren weinig bewust hebben benoemd en gevoed. De dialoog voeren over de ‘C op de gevel’ blijkt dan ineens taai. Het goede gesprek over christelijk onderwijs is in het verleden vaak uit de weg gegaan of heel algemeen gehouden. Scholen houden zich vast aan vieringen bij christelijke feestdagen en een dagopening. Soms met gebed, een beetje afhankelijk van de medewerker in kwestie. Op de vraag: “Wat maakt jullie school een christelijke school?”, komen de vieringen en de dagopeningen dan ook het vaakst terug. En daar wordt nog wat aan toegevoegd: “We geven hier niet beter onderwijs dan op de openbare school, die collega’s doen hun werk ook prima. Net zo bevlogen als wij.”

De C bindt ons niet … ze verdeelt ons
Ook blijkt er veel verdeeldheid te zijn onder medewerkers. De een wil terug naar een strak regime van godsdienstonderwijs, verplichte dagopeningen –  met gebed –  en aandacht voor de geloofsachtergrond van sollicitanten. De ander is nooit gevraagd naar een geloofsachtergrond en voelt zich met een humanistische levensvisie –  tot nu toe – prima thuis op de school. Voor je het weet slaat de verdeeldheid om in discussie en verwarring, die zelfs persoonlijke trekjes krijgt. Medewerkers beseffen ineens dat ze onderling sterk verdeeld zijn in hun diepste drijfveren. En dan is je school er een waar je op eieren moet lopen. De christelijke identiteit is onbedoeld onbespreekbaar geworden.

De consequentie is een vaag geformuleerde identiteit. Een identiteit waar niemand op tegen kan zijn, maar die ook geen liefhebbers aan zich weet te binden. Een identiteit zoals het Montessori-verhaaltje aan het begin van dit stuk (vervang het woord ‘Montessori’ maar eens door ‘christelijk’ en check of het je dan wat bekender voorkomt).

De worsteling binnen het christelijk onderwijs doet ons – als vakmensen in identiteitsmarketing – pijn. Maar het is nog veel pijnlijker voor bevlogen medewerkers die niet kunnen benoemen wat hen bindt, voor gedreven schoolleiders die niet kunnen sturen op de waarde van hun school, voor leerlingen die duidelijkheid nodig hebben en voor de eer van God zelf. Daarom hieronder twee keuzes die we steeds terugzien in het kunnen benoemen van de identiteit binnen christelijk onderwijs. Keuzes die – mits je ze bewust maakt – bijdragen aan een scherp identiteitsbewijs.

Twee keuzes voor de identiteit van een christelijke school

Keuze 1: Roeping of betekenis?
Voor christelijke scholen is het bij uitstek noodzakelijk om vast te stellen WIE bepalend is in het benoemen van haar bestaansrecht. Hierbij maken we nadrukkelijk onderscheid tussen twee paradigma’s:

  • Betekenisbewustzijn (of: purpose): onze school gaat uit van de drijfveren van mensen en het verschil dat zij gezamenlijk willen maken voor leerlingen, ouders, de omgeving en God zelf.
  • Roepingsbewustzijn (of: destiny): onze school gaat uit van Gods verlangen met onze school. Wij kijken bij ons bestaansrecht niet naar wat wij – als mensen – willen, maar wat Gods plan is met ons.
    Je kunt je voorstellen dat een identiteitstraject er in beide paradigma’s totaal anders uitziet. Bij betekenisbewustzijn organiseer je panelgesprekken, houdt je surveys, onderzoek je de maatschappelijke vraagstukken. Bij roepingsbewustzijn creëer je met een aantal mensen de context waarin God kan spreken. Door de Bijbel te openen, door ruimte voor gebed, door aanbidding en door gehoorzaamheid.

Kiezen voor betekenisbewustzijn
Bij een keuze voor betekenisbewustzijn kom je waarschijnlijk voor de vraag of je nog van een christelijke school kunt spreken. Soms blijkt er wel degelijk sprake te zijn van een christelijke school. Vanuit een sterk gemeenschappelijk gedragen verlangen voor God (“Wij willen kinderen laten zien hoe mooi het is om Jezus na te volgen”).
Maar het is waarschijnlijker dat je identiteitstraject vanuit betekenisbewustzijn leidt tot een identiteitsbewijs dat ook voor een openbare school zou kunnen opgaan. Je christelijke erfgoed of medewerkers spelen dan meer een rol in de onderbouwing van je identiteit (bijvoorbeeld: “Wij geloven dat ieder mens unieke talenten heeft gekregen, omdat we geleerd hebben dat God ons zo gemaakt heeft.”).

Een goede vraag is deze: merk je dat je de christelijke identiteit ‘erbij’ formuleert, omdat ze ook een plek moet hebben? In dat geval moedigen we je aan je christelijke signatuur te heroverwegen. Er is – menselijkerwijs – niets mis met een openbare school met een christelijk verleden. Maar het is gekunsteld om een christelijke identiteit te formuleren die er feitelijk niet (meer) is.

Kiezen voor roepingsbewustzijn
Mocht je echter de conclusie trekken dat God zelf in het bestaansrecht van je school voorziet, dan mag je ervoor kiezen om Zijn leiding te vragen in jouw school. Menselijke verschillen, leerlingenaantallen, inspectienormen en examenrendementen – hoe belangrijk ook – komen daarna wel. Je bestaansrecht krijg je van God zelf. Een school met een roeping dus. Als het gezag van je school bij God ligt, betrek Hem en Zijn Woord dan in je identiteitsbewijs. We zien steeds vaker mooie voorbeelden van identiteitstrajecten waarbij het verstaan van Gods stem voorop staat. Met schitterende resultaten. En bijzonder genoeg: juist in de ruimte die ontstaat in de onderlinge gesprekken. Identiteit is niet langer wat mensen scheidt, maar wat God aan mensen verbindt.

Keuze 2: Eerst de principes, dan de praktijk
De tweede gouden regel heeft te maken met de consequenties van een (ambitieuze) identiteit. Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen je principes en je praktijk. We maken maar al te vaak mee dat een organisatie pas durft te kiezen voor een identiteit als alle consequenties in kaart zijn. En zo gebeurt het dat vanuit mogelijke consequenties het identiteitsbewijs wordt afgezwakt (“Collega X moet zich er wel in kunnen vinden” of: “Ik weet niet of dit aanspreekt bij de ouders”).
Zo werkt het niet. Het resultaat wordt vaag en sprankelt niet meer. En dat is logisch: je kunt niet van de haalbaarheid laten afhangen wat je diepste overtuigingen zijn. Het vaststellen van een identiteitsbewijs is net als het aangaan van een huwelijk. Je kiest ervoor … zonder zekerheden of angst voor mogelijke gevolgen. Principieel

En nu: hoe ziet jouw open dag eruit?
Zoals gezegd: scherpe keuzes leiden tot sterke merken. Bij onderwijsorganisaties is dit niet anders. We moedigen je daarom van harte aan om een bewuste keuze te maken. Een keuze die je in staat stelt om je identiteit vlijmscherp te formuleren. En we helpen je daar graag bij.

 

Paul Mersmann, juli 2017
www.debetekenisfabriek.nl

Christelijke organisatie? Kijk eens naar Merkel

Veel leiders van christelijke organisaties worstelen ermee: hoe laat ik mijn persoonlijke geloof terugkomen in mijn leiderschapsstijl? Hoe zorg ik ervoor dat ik geen concessies doe aan waar ik voor sta en tegelijkertijd oog heb voor de veranderende wereld om mij heen?

Het viel de redactie van Groot Nieuws Radio op hoe Angele Merkel met ogenschijnlijk gemak verbindend leiderschap toont in Europa en anderzijds geen verstoppertje speelt over waar zij zelf staat als christen. Tijd om de Betekenisfabriek te vragen over hun observaties: wat is het geheim van Merkel? Wat zie je bij christelijke leiders in de Nederlandse politiek en welke suggesties heb je voor leiders van christelijke organisaties?

Beluister hier het interview met Paul Mersmann

Dieselgate en de mythe van marktleiderschap

 

Rij je in een Volkswagen? De kans is groot van wel. Wat zijn de eerste associaties die je hebt bij dit merk? Degelijk, betrouwbaar, innovatief… Sinds kort kunnen we daar een associatie aan toevoegen: bedriegers.

Wat ons fascineert aan een dergelijke fraude zijn de prikkels die eraan hebben bijgedragen dat medewerkers (en waarschijnlijk hun managers) zich laten verleiden tot niet integere korte-termijnacties. Hoe komt dat? Wat draagt eraan bij dat je als medewerker ’s morgens je bed uitkomt en denkt: ‘goh, laat ik eens wat wet- en regelgeving omzeilen.’?

De verstikkende mythe van marktleiderschap
vw-phaeton-think-big-small-96331Sinds de val van Lehman Brothers en de doorstart van GM, ziet het autolandschap in de VS er anders uit: nieuwe merken als Tesla rukken op, betrouwbaarheid en milieuvriendelijkheid worden steeds belangrijker. En daarnaast zijn er belangrijke opkomende markten waarin de traditionele Duitse merken het goed doen. De krachtverhoudingen tussen de grootste drie automakers in de wereld zijn hierdoor veranderd. Toyota, GM en Volkswagen steken elkaar jaar na jaar naar de kroon als grootste autoproducent en bepalen zo de focus van aandeelhouders en bestuurders.

Voor Volkswagen is Amerika een belangrijke groeimarkt en die wordt veroverd met de grote troefkaart van Volkswagen: de dieselmotor. GM en Toyota hebben veel minder dan Volkswagen ervaring met deze motoren die qua ‘MPG’ en ‘running costs’ door veel Amerikanen als wonder der techniek wordt ervaren. Veel goedkoper dan elektrisch en benzine. Volkswagen doet blijkbaar alles voor de kostenbewuste Amerikaanse consument, want ook de afwerking en technologische vernieuwing (zaken waar Volkswagen wereldwijd hoog mee scoort), liggen in de VS beduidend lager dan in bijvoorbeeld Europa.

De aantallen hebben het gewonnen van de betekenis van het merk Volkswagen. ‘Welke positie hebben wij?’ is belangrijker geworden dan ‘Welk verschil maken wij?’. En dat is jammer. Zeker in deze tijd waarin Volkswagen enorme kapitalen kan vrijmaken voor innovatie en de zo nodige veranderingen in de markt. Blijkbaar beperkt het koploperschap zich tot de aantallen en manifesteert het zich niet in de mate waarin Volkswagen de markt kan veranderen.

Terug naar identiteit: waar ligt de eigenlijke kracht van Volkswagen?
Een dieselmotor kan leiden tot korte termijn marktaandeel, maar het jammere is dat de eigenlijke kracht van het merk Volkswagen volstrekt onderbelicht blijft op deze manier. Schermafbeelding 2015-09-30 om 11.59.40Volkswagen maakt wel degelijk verschil tussen de Japanse en Amerikaanse massa door eenvoudig ontworpen kleinere oerdegelijke auto’s te maken die een leven lang meegaan. Een echte Volkswagen dus. Daar ligt onderscheidend vermogen en daar liggen de wortels van het merk. Dat is een principiële keuze: kiezen voor waar je kracht ligt en de consequenties aanvaarden. Dan krijg je de markpositie die bij je past. Schaalgrootte is een pervers mantra.

Profetie: wat gaat er gebeuren met Volkswagen in de VS?

En nu? Laat de Amerikaanse consument Volkswagen nu massaal links liggen? Het ligt voor de hand dat in elk geval de dieselverkopen behoorlijk gaan dalen de komende tijd. Toch gloort er ook licht aan het einde van de tunnel. Meer dan ooit heeft Volkswagen de urgentie om het verschil te maken met het eigen merk. Mijn voorspelling is dat er de komende tijd massaal wordt ingezet op kleine, betaalbare EV’s en PHEV’s bij Volkswagen en dat Volkswagen één van de belangrijkste fabrikanten wordt die strategische allianties aan zullen gaan met Apple, Google en Amazon in de innovatiegolf die nog voor ons ligt. Want zeg zelf: wat is de belangrijkste voorwaarde voordat jij in een zelfrijdende auto stapt? Hij moet oerdegelijk zijn… en juist daar heeft Volkswagen goud in handen. En de software? Laat die maar aan iemand anders over.

Michael Porter als betekenisdenker?

 

Onderstaande Ted-talk trok onze aandacht. Michael Porter is één van de meest invloedrijke marketeers van onze tijd. Zijn boeken en modellen vormen de basis voor iedere cursus of opleiding marketing. Voor ons Betekenisfabriekers een persoon naar wie we kritisch kijken. Zijn denken ging tot op heden veelal over het optimaliseren van de winst van de organisatie. Ten koste van…veel. Onze favoriete quote:

“I’m not a social problem guy, I’m a guy that works for business. Helps business make
money….God forbid”

 

Met verbazing namen we daarom kennis van zijn laatste wapenfeit: een vurig betoog voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken door…winstgeoriënteerde bedrijven! Kijk en verwonder je.

Dit is onze versie van zijn laatste dia:

Shared values en IDM

Minor Identiteitsmarketing voor derde keer van start

Betekenisfabriek-0269

Vanaf 6 februari gaat de de minor identiteitsmarketing weer van start. Twintig studenten leren de grondprincipes van betekenisdenken, de koppeling met marketing en de vaardigheden van identiteitsmarketeer. Ook gaan ze zelf aan de slag bij een organisatie. Identiteitsmarketing in het echt dus!

In de minor Identiteitsmarketing van Saxion leer je als student hoe je op een eigentijdse wijze van betekenis kunt zijn voor organisaties die een constructieve bijdrage willen leveren aan economie en maatschappij in de 21e eeuw.

Vragen die aan de orde komen zijn, o.a.: Wat zijn mijn diepste drijfveren en unieke kwaliteiten? Wat wil ik voor wie betekenen? Hoe bepaal ik de identiteit van een organisatie? Hoe kan een bedrijf winstgevend,duurzaam rendabel en betekenisvol tegelijkertijd zijn? Hoe vertaal ik de identiteit van een organisatie naar een strategisch (marketing)beleidsplan? Allemaal vragen, en zo zijn er nog veel meer, waar de minor Identiteitsmarketing antwoord op geeft.

Artikel SAX: Personal Branding

Betekenisfabriek-0269

Personal branding lijkt tegenwoordig de toverformule voor een succesvolle carrière. Maar hoe word je een uniek merk en wat moet je juist niet doen? Paul Mersmann van de Betekenisfabriek helpt Saxion-studenten op weg. ‘Maak jezelf niet wijs dat arbeid schaars is!’

Onlangs wonnen enkele hoogvliegers van het Saxion Honours Programme een gratis training personal branding. Docent was Paul Mersmann van het identiteitsmarketingbureau de Betekenisfabriek. Hij vroeg een van de deelnemers, een studente International Business & Management Studies, wat haar in het leven werkelijk beroert. Waar maakt ze zich druk om? Om de positie van opgroeiende meiden, was het antwoord. Meiden die enorm veel sociale druk ervaren en zich minderwaardig voelen. Aan dat probleem zou ze graag iets willen doen.

“Ze bleek goed te kunnen schrijven en wilde dolgraag bij een tijdschrift werken om over dit soort onderwerpen te schrijven. Dat is gelukt, hoewel ze daarvoor geen relevante ervaring of opleiding had. Ze is als stagiaire aangenomen bij een tijdschrift. Hoe dat kan? Ze was supergemotiveerd, straalde uit waar haar hart ligt”, zegt Mersmann. Een andere workshopdeelnemer, student International Business and Languages,  bleek zijn talenten als marketeer te willen inzetten voor de ideologische zaak. Hij weet nu dat hij bij een Fair Trade-organisatie aan de slag wil. “Daarmee combineert hij het scoren met maatschappelijk engagement. Hij geeft zo zijn leven betekenis.

Arbeidsconsument

Dat laatste is de belangrijkste boodschap van Mersmann: zorg dat je leven betekenis krijgt. Kijk verder dan die goedbetaalde baan. “Werk moet geen transactie zijn, geen economische afweging. Wat mij opvalt, is dat veel studenten niet bezig zijn met waaraan ze hun bijdrage willen leveren, maar hoe ze een goede baan krijgen. Ze zijn een soort arbeidsconsument. Daarmee gaan ze volstrekt voorbij aan waar ze eigenlijk goed in zijn.” Het is geen verwijt aan de huidige generatie, benadrukt Mersmann. “Toen ik studeerde, was ik ook niet met dat soort vragen bezig. Middelbare scholieren van nu moeten vaak op hun veertiende al een keuze maken voor een profiel. Dan moeten ze al weten wat ze met hun leven willen. Ze maken een rationele afweging. Maar waar ligt hun passie? Daar staan ze niet bij stil. Het gaat uiteindelijk allemaal om de driehoek drijfveer-markt-talent. Als een van die drie componenten er niet is, zal het succes in je werk nooit duurzaam zijn.”

Alle kanten op Jongeren kiezen voor de veilige weg. Ze volgen een opleiding die alle opties
openhoudt. Een restkeuze. Ook Mersmann heeft dat ooit gedaan door industrieel ontwerpen te studeren. “Toen pas ontdekte ik dat psychologie beter bij me paste. Brede, generieke opleidingen zijn erg populair. Daarmee kun je als student immers nog alle  kanten op. Maar opleiders als Saxion hebben veel meer belang bij studenten die  vastberaden een keuze maken. Die zijn een stuk gemotiveerder en vallen minder snel uit.”
Saxion kent sinds kort een verplichte intake om studenten te helpen bij het maken van de juiste studiekeuze. Helpt dat? Mersmann: “Het is als hogeschool niet alleen van belang om vanuit je eigen academies te selecteren, maar juist ook om naast een student te gaan staan. Dan weet je zeker dat twijfelende studenten niet bij jouw academie komen en wordt een student geholpen met een positieve, scherpe keuze. Bij een school van het ROC West-Brabant doen ze een belofte aan de student onder de noemer Find your destination. Ze trekken drie maanden uit om erachter te komen wat een student precies wil, waarna een bestemmingsgarantie wordt afgegeven. De school leidt de student naar de juiste bestemming. Dat kan zelfs een opleiding buiten de eigen school zijn. Misschien is dat ook iets voor Saxion: om nog actiever te worden op middelbare scholen of summercourses te organiseren voor toekomstig studenten. Dat verdien je uiteindelijk weer terug.”

Maak geen gemakkelijke keuze

Personal branding is wat anders dan jezelf zo goed mogelijk verkopen in de sociale media, wil Mersmann tenslotte meegeven. “LinkedIn-profielen, Facebook en Twitter. Het zijn allemaal uiterlijkheden. Als je jezelf niet de wezensvraag stelt, kun je het vergeten. Als je alleen een kunstje doet, ben je inwisselbaar. Juist de verzzp-ing van de maatschappij vraagt om eigen identiteit. Je moet laten zien welke meerwaarde je hebt, scherpe keuzes maken en onderscheidend zijn. Op anderen willen lijken, is het slechtste wat je kunt doen. Maak daarom geen gemakkelijke keuzes. Vraag jezelf af wat je kunt betekenen. Dan zul je zien dat arbeid niet schaars is.

Gepubliceerd in magazine van Saxion, september 2013.

Blog Paul Mersmann | Denk aan de Koe! Over de kracht van overvloed

 

Betekenisfabriek-0269De rol van schaarste in onze economie

Economen hebben het moeilijk. De één vertelt dat we moeten bezuinigen, de ander vertelt dat we geld moeten uitgeven. De onderlinge discussies geven ons als buitenstaanders het beeld dat economie iets ongrijpbaars en onbegrijpelijks is. Toch valt dat eigenlijk best mee. Zo lang we maar naar de essentie kijken. Het centrale thema in de economie is schaarste. Alles is schaars. Eindige hoeveelheden dus. Voedsel, brandstof, arbeid en geld. Allemaal schaars. Alle schaarse goederen en diensten hebben een vraag en een aanbod. Alles wat schaars en waardevol is, heeft een hoge prijs. Alles wat hetzij niet schaars hetzij niet waardevol is, heeft een lage prijs. De lucht die jij en ik ademen is heel waardevol, maar niet schaars. We hoeven er ook niet voor te betalen. Bepaalde metalen die nauwelijks op aarde voorkomen, zijn erg schaars, maar zolang ze geen bewezen nut hebben, hebben ze ook geen waarde en dus geen prijs.

Schaarste is een bijzonder fenomeen en roept vrijwel direct een ethische discussie op. Kunnen we bijvoorbeeld biobrandstoffen produceren in de wetenschap dat daarmee in ontwikkelingslanden de voedselprijzen stijgen? Bedrijven en overheden maken gebruik van schaarste. Saoedi-Arabië kan schaarste creëren in de wereldwijde handel in aardolie, door minder te produceren. Gevolg:de prijzen gaan omhoog en de waarde van de olie stijgt. Ook Apple maakt gretig gebruik van schaarste.Let er maar eens op: ieder nieuw apparaat dat Apple introduceert, krijgt te maken met leveringsproblemen. Gevolg: iedereen probeert het apparaat te bemachtigen. Beide voorbeelden lokken discussies uit.

Sommige economen beweren dat schaarste alleen maar toe zal nemen. De wereldbevolking neemt sterk toe, de behoefte aan voedsel, water en energie neemt toe. Prijzen zullen stijgen, armoede neemt toe. Gevolg is dat er een vechtcultuur ontstaat. Mijn welzijn ten koste van dat van jou. De sterkste wint ten koste van de zwakste. Het individualisme dat totaal uit de bocht vliegt. Wat een vooruitzicht.

Maar wat als de schaarste eindigt?

Er zijn ook economen die beweren dat de schaarste van de belangrijkste levensvoorzieningen zal afnemen. Door technologische revoluties wordt zeewater drinkwater, ontstaan er akkers in de woestijn en wordt energie goedkoper en goedkoper. Weg met de schaarste dus! Deze economen worden overigens gesterkt door eenvoudige feiten. In een aflevering van Tegenlicht somt Peter Diamandis een schitterend rijtje op: in honderd jaar tijd is de prijs van voedsel (gecompenseerd voor inflatie) gedecimeerd, de prijs van energie is honderdmaal goedkoper geworden. En van communicatie zelfs duizendmaal.

Waar de schaarste ophoudt, begint de overvloed. Het mooie van overvloed is dat alle monden kunnen worden gevuld en dat als je in overvloed leeft, je kunt doen en laten wat je wilt. Maar hoe werkt dan een economie? Waarom zou je appels bij de groenteboer kopen als ze op elke hoek van de straat gratis te plukken zijn en waarom zou je iemand inhuren als je gratis vrijwilligers tot je beschikking hebt? En waarom zou je werken als je geen inkomen meer nodig hebt, omdat alles immers gratis is?

Hoe ziet de economie van de overvloed eruit?

Als iedereen achterover leunt, wie staat er dan voor de klas? Wie houdt zich dan bezig met de technologische innovaties die onze overvloed veroorzaken? Dat doen jij en ik. Maar niet omdat we er geld voor krijgen, maar omdat het onze levensdoelen vervult. Niet langer gericht zijn op schaarste zorgt ervoor dat we de focus van onszelf verleggen naar de focus op de ander. Wat is waardevol voor jou? Welke vraagstukken wil ik oplossen? Waar wil ik een bijdrage aan leveren?

Als je kunt kiezen tussen een leven in gezamenlijke armoede of in eenzame overvloed, wat zou je kiezen? We leven in een tijdperk waarin de overvloed zich aandient. Nu de gezamenlijkheid nog. Niet langer leven voor jezelf, maar voor de ander. Want zoals schaarste leidt tot een focus op jezelf, leidt overvloed tot een focus op de ander.

Eén van de grondleggers van ons economisch handelen is Jeremy Bentham (1748-1832). Een utilarist: een econoom die erop geënt is dat ieder zijn eigen belang nastreeft en dat alle goederen en diensten daar terecht moeten komen waar ze het meest van waarde zijn. Bentham was vanuit zijn filosofie ook overtuigd vegetariër vanuit de redenering dat een koe meer aan een biefstuk had dan hijzelf. Maar handelde hij daarmee niet vanuit het belang van de koe in plaats van zijn eigen belang? Bentham deed intuïtief al wat u en ik ook gaan doen bij goederen en diensten die we niet echt nodig hebben: we geven ze weg. Aan hen die er wat aan hebben. Leven in overvloed leidt dus tot denken vanuit de ander. Is Bentham een uitzondering? Denk maar eens na over de rijken van de aarde zoals Bill Gates en Warren Buffet. Wat doen zij? Precies. Leven in overvloed. Leven voor de ander.

Denken in overvloed is denken in betekenis. Goederen en diensten komen daar terecht waar ze het meest van nut zijn. Zo draag je bij aan het geluk van de ander. En de ander levert een bijdrage aan jouw geluk: een economie vanuit overvloed.

Denken in overvloed: kan dat nu ook al?

Jazeker. Overvloed en handelen vanuit de ander zijn als de kip en het ei. Ze veroorzaken elkaar. We hoeven dus ook niet te wachten op overvloed, maar kunnen haar zelf scheppen. Dat begint door te weten wie je bent, te weten waar je goed in bent en waarin je je waardevol voelt voor je medemens. Zoeken naar je identiteit dus. Als je weet waar je drijfveren liggen en als je weet waaraan je een bijdrage wilt leveren,dan ga je vanzelf overvloed scheppen voor anderen. Net als zij voor jou. Ook je voldoening verschuift van “ik” naar “de ander”: je eigen focus op wat je hebt loopt terug. En zo komen alle goederen en diensten (en daar hoor jij ook bij) terecht waar ze het meeste van waarde zijn…in overvloed.

Agrofood-sector naar nieuwe betekenis

Betekenisfabriek-0269

Waar komt jouw eten vandaan? Wat gooi jij elke dag in je boodschappenmand? Waarschijnlijk producten die barsten van de kennis. En vaak ‘made in Holland’.
Onze agrofood-sector is iets om trots op te zijn. De Wageningen UR wordt bijvoorbeeld jaarlijks tot een van de beste universiteiten verkozen en veel groene kennis vindt zijn herkomst in Nederland. Maar, dat is niet vanzelfsprekend. Sterker nog: de kennis-positie van Nederland staat sterk onder druk. Dat zie je terug in het groene onderwijs. We moeten genoeg leerlingen weten te werven en binden die zich willen bezighouden met vragen rondom groene business-concepten, internationalisering, voedselkwaliteit, leefomgeving, ketenintegratie en noem maar op. Hippe en betekenisvolle onderwerpen dus. In het groen!

Maar….veel leerlingen nog denken dat kiezen voor groen hetzelfde is als kiezen voor een kansarm bestaan als hardwerkende boer. Dat beeld klopt niet. Gevolg: de sector werft niet genoeg mensen en niet de juiste mensen. Op termijn betekent dit dat de innovatie en de kwaliteit van businessconcepten onder druk komt te staan en dat terwijl de wereld juist nu sterk afhankelijk is van innovatie op voedsel.

De Betekenisfabriek maakt deel uit van een learning group bij Syntens die zich over dit vraagstuk buigt. We hebben een aantal belangrijke mensen uit bedrijfsleven, beleid en onderwijs geïnterviewd om boven tafel te halen hoe we dit vraagstuk zo concreet mogelijk kunnen aanpakken. Zo zorgen we ervoor dat een beleidsterrein dat van de overheid al veel aandacht krijgt (binnen het Topsectorenbeleid en de Human Capital Agenda), haar waarde verder kan vergroten.
We hebben aan de hand van onze interviews een flyer ontwikkeld die je als student, beroepsbeoefenaar en docent laat zien welke stappen je kunt nemen om dit betekenisvolle veld meer slagkracht te geven. Goed voor de sector, goed voor Nederland en goed  voor de wereld.

Meer weten?

Copyright de Betekenisfabriek 2013 | Spinnerij Oosterveld, Enschede | 06 - 16 41 11 26